|
'Het einde van de opvoeding' van Jan Geurtz.
Recensie van Wils Raaijmakers, 2006
 |
Opvoeden is iets wat de ouders doen voor hun kinderen vanuit pure liefde en tegelijkertijd is opvoeding een bron van narigheid voor beide groepen.
Met deze contradictie begint Geurtz zijn boek.
Ik durfde vorige week tegen een vader van twee tienerzoons mijn overtuiging hardop uitspreken dat een conditionerende omgang met kinderen hun geluk in de weg staat. De man reageerde met verdediging, hoe kon ik weten of een kind dat autoritair opgevoed was, ongelukkig was? Hij wees naar zijn eigen kinderen, die toch heel gelukkig waren?
Maar als ik om me heen kijk, hoeveel mensen er in therapie, verslaafd of depressief zijn, trainingen en therapieën volgen om hun jeugd te verwerken... Zijn dat dan uitzonderingen? Zijn de, ongetwijfeld talloze, mensen zonder grote psychische problemen een bewijs van een goede opvoeding? Of zijn ze zich minder bewust van hun opgedane patronen en zweven ze ergens tussen redelijk geslaagd en enigszins mislukt, levend van doel tot doel, niet écht gelukkig, maar wel aangepast aan de eisen van de maatschappij?
Geurtz denkt hier een antwoord op te hebben en zelfs een oplossing: stop met opvoeden en zowel ouder als kind zijn veel gelukkiger. Hij nuanceert dat vervolgens door ons als ouders zeer gedetailleerd uit te leggen hoe we voor het kind een omgeving kunnen scheppen, waarin het zich ten volle kan ontplooien.

Hierbij maakt Geurtz het verschil duidelijk tussen zorg en opvoeding, hoewel beide heel erg met elkaar verweven kunnen zijn.
Zorg gaat over alles wat nu nodig is en opvoeding over wat naar men meent nodig is voor het toekomstig geluk en functioneren van kinderen.
Hij beweert dat het basisprincipe van onze westerse opvoeding, nl. dat een kind onaf en primitief is en door de ouder beschaving en waarden bijgebracht moet worden, achterhaald is en overboord mag.
Hij nodigt lezers, die wel eens bekneld zitten in hun eigen opvoeding en/of het opvoeden van hun eigen kinderen soms als zwaar ervaren, allen die verscheurd worden door het verlangen hun kind gelukkig te zien, terwijl ze dingen doen die hen ongelukkig maken, uit om door te lezen.
Dit boek zou wel eens een totaal nieuw licht kunnen werpen op jezelf, je kinderen en hoe met hen te leven zodat zowel jij als zij gelukkiger zijn.
Wat ik in het boek lees, is dat Geurtz een pleidooi houdt voor, wat ik noem het vormen van kinderen in plaats van hen te leren zich aan te passen.
Als een kind geconditioneerd wordt zich aan te passen aan de maatschappij waar hij of zij in moet functioneren, zal het zich, naar mijn mening, vele patronen aanleren waar het later alleen maar last van heeft.
Zo kan ik bijvoorbeeld nog steeds woedend worden als iemand tegen me zegt dat ik ‘me niet aan moet stellen’, omdat mijn moeder dat vroeger, ongetwijfeld met de beste bedoeling, tegen me zei als ik huilde. Ik kan nu beredeneren dat ze me wilde harden voor de buitenwereld, waarin tranen niet getolereerd zouden worden.
Conditionering is, mijns inziens, een opvoeding tot onvrijheid en Geurtz wil ons een methode laten zien die het kind vormt tot vrijheid.
Terug naar de voorpagina
|
|
|