|
'Opgroeien in vertrouwen' van Justine Mol.
Recensie van Wils Raaijmakers, april 2007
 |
Nog niet eerder las ik een boekje waarbij ik al op de eerste bladzijde een geluksgevoel deed opborrelen met de gedachte: 'wauw.. dit is 't..'. Lach niet, maar ik heb het boekje omhelst en ik ben géén 'zweverig' type :)
Het boekje pakt in woorden dat wat ik in mijn gevoel vermoedde, maar nog niet duidelijk had voor mezelf.
Maar, nu even naar de boekrecensie, want míjn gevoel is niet het jouwe natuurlijk.
Justine Mol schrijft met gewone woorden, een taal die we allemaal verstaan, met voorbeelden die we allemaal herkennen in ons eigen leven. Dat maakt de stof heel toegankelijk en het boekje leest 'makkelijk weg'.
Niet alleen las ik het in één ruk uit, bijna dagelijks pak ik het ter hand om even te kijken 'wat Justine zou doen in zo'n geval', wanneer ik iets tegenkom waar ik even geen antwoord op heb.
Ik wil mijn kind het idee geven dat hij evenveel waard is als een ander, óók als zijn juf, zijn buurvrouw, zijn opa en als mij, zijn moeder. Dat ik verantwoordelijk voor hem ben, betekent niet dat ik meer waard ben dan hij. (Overigens ook niet dat ik minder waard ben, want genoeg moeders zullen zichzelf wegcijferen voor hun kind.)
'Opgroeien in vertrouwen' gaf mij een manier om vanuit dat principe te leven samen met mijn gezin.
Als er een conflict is, probeer ik als moeder (en wij als ouders) het gesprek (of ruzie..) zo te leiden dat het gaat over de behoeften van de verschillende betrokkenen en níet over wie er begon of wie er gelijk heeft of wie er zijn of haar zin krijgt.
Mijn zoon van 4 en een half was aan het spelen met een ballon in de woonkamer.
In de kamer zaten 3 pubers en 2 volwassenen te kletsen met elkaar. Benjamin voelde zich heerlijk in deze drukte en genoot van de extra aandacht. Totdat er glazen cola op tafel kwamen, toen moest hij opeens verhuizen met zijn ballon want 'anders stoot je de glazen om'.
Ik greep in en probeerde het gesprek te brengen op de behoeften van de groten en de behoefte van de kleine. 'Ik denk dat Benjamin graag bij jullie in de buurt is'.. 'ja maar, de glazen dan?'.. 'kunnen we misschien een oplossing bedenken die voor allemaal prettig is?'..
We hebben samen 9 oplossingen bedacht, daar hadden we minder dan 9 minuten tijd voor nodig, maar de meest voor de hand liggende en simpelste oplossing kwam van Benjamin zelf: 'jullie kunnen je glas toch vasthouden?'

Deze manier van met kinderen omgaan maakt straffen en belonen overbodig. Want, inderdaad, zo zegt Justine Mol, ik zie belonen (net zo goed als straffen), als een vorm van manipuleren, omdat je daarmee iemand probeert te krijgen waar je hem hebben wilt.
Straffen en belonen zijn de wapens van de machtigere en misbruik van de verantwoordelijkheid.
Durf je het aan om je kind als je gelijke te zien en te behandelen, overigens zonder daarbij voorbij te gaan aan je verantwoordelijkheid?
Denk je dat je kind wel wijs genoeg is om, met jouw begeleiding, oplossingen te vinden?
Ben je ervan overtuigd dat je kind van nature sociaal is en niet door jou gekneed hoeft te worden in een keurslijf van moraliteit?
Vind jij niet dat je het (meestal) beter weet dan je kind en wil je van haar/hem ook best nog wat leren?
Bij mijn vallen en opstaan om op deze, andere manier met mijn kind om te gaan, had ik een geweldige hulp aan dit boekje.
Terug naar de voorpagina
|
|
|